Historisch nieuws

De Graafschap-Bode 20-5-1940

De Tijd 5-1-1940

Leidsch Dagblad 6-1-1940

Het Vaderland  19-5-1940

Volkskrant 2-1-1940

Leidsch Dagblad  16-11-1938

Haarlemsch Dagblad 14-5-1940

Het Vaderland 22-5-1940

Leeuwarder Nieuwsblad 3-5-1940

Provinciale Noord-Brabantsche en 's Hertogenbossche Courant  4-1-1940

Leeuwarder Courant 4-1-1940

Leidsch Dagblad 6-1-1940

Rotterdamsch Nieuwsblad 5-1-1940

Haagsche Courant  18-5-1940

Rotterdamsch Nieuwsblad  5-1-1940

Busrit door Velsen in 1944. (Bron: Velsen TV, bewerking Cor Schoemaker)

Is een trolleybus een motorvoertuig?

 

Op 1 december 1928 reed een trolleybus door Groningen. En zie, daar stond een diender die de trolleybus aanhield en de bestuurder van de trolleybus kon niet op eerste aanwijzing van de diender een ten name van de houder van het voertuig staande wegenbelastingkaart tonen.

Al we weten is, dat de bestuurder van de trolleybus niemand minder was dan Ir. A. Schmidt, sinds 1918 directeur van de Gemeente Tram Groningen en de diender was H.J. van Dijk, inspecteur van politie te Groningen. Dan moet er iets bijzonders aan de hand zijn.

 

Wat was het geval? Op 1 mei 1927 was de Wet op de Wegenbelasting ingevoerd. Eigenaren van motorvoertuigen, maar ook motorrijwielen en rijwielen met een hulpmotor, moesten een bedrag betalen voor het gebruik van de weg. Voor vrachtauto's en autobussen was er een lichtblauw aangifteformulier, voor auto's een gele en voor motorrijwielen een witte.

Daarop moest, in duplo, worden ingevuld de letter en het nummer van het nummerbewijs, het fabrieksmerk, jaar van fabricage, chassisnummer, motornummer. aantal cylinders, het aantal vaste zitplaatsen (klapzitplaatsen en de plaats van de bestuurder inbegrepen), kleur, hoofdbekleding, eigen gewicht en soort der banden.

 

Op 26 mei 1944 fotografeerde Voerman tijdens een NVBS-excursie trolleybus 1. Achter de voorruit staat een bordje "Niet voor passagiers". Let op de verduisterde koplampen, de witte streep voor op de bus. de overgeschiiderde ventilatie-raampjes. voor op de bus ontbreekt het provinciale nummer, achterop was het wel aangebracht.

 

Voor elke autobus op luchtbanden moest per kwartaal een bedrag van f 8,-- per 100 kilogram eigen gewicht worden betaald. Voor voertuigen op cushionbanden werd dit bedrag met 30% verhoogd, voor massieve banden was de toeslag 60%. Het duurste waren eigenaren van auto's met metalen banden uit. Zij betaalden het dubbele bedrag.

Variatie van het bedrag op basis van de gebruikte brandstof was er toen nog niet.

 

Onnodig op te merken dat ook toen al het af te dragen bedrag te hoog werd geacht en dat de rentabiliteit van ondernemingen werd bedreigd door de buitensporig hoge heffing.

 

Maar was een trolleybus een voertuig, "bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen en uitsluitend of mede door mechanische kracht, aan dat voertuig zelf aanwezig, te rijden" en daarmede belastingplichtig?

 

Ir. Schmidt werd door de rechtbank veroordeeld tot een boete van f0,S0 of één hele dag hechtenis.

Maar de Tram ging in beroep, tot aan de Hoge Raad. Een trolleybus was afhankelijk van de toevoer van elektriciteit binnenkomend in het voertuig via een trolley en het voertuig weer verlatend via een andere trolley. Een technisch complex geheel, maar afhankelijk van bovenleiding en elektriciteit.

 

Voor de rechtbank wordt vastgesteld dat de hele aanhouding afgesproken werk is geweest. Behoort het besturen van een trolleybus wel tot de gewone werkzaamheden? opgedragen een trolleybus te besturen zonder hem een wegenbelasting-kaart te verstrekken.

 

Trolleybussen 3 en 4, kort na aflevering, in de remise aan de Akkerstraat. Dit zijn de twee eerste in Nederland gebouwde trolleybussen. De houten opbouw was van de Groninger carrosseriebouwer Woest. Het bordje met 30-20-X boven het provinciale nummer geeft de maximumsnelheid op A, B en C-wegen aan.

 

opgedragen een trolleybus te besturen zonder hem een wegenbelasting-kaart te verstrekken.De Rijksadvocaat werpt verdachte voor de voeten dat hij onder normale omstandig-heden niet als conducteur (lees: bestuurder) op een trolleybus zou willen fungeren.

Diverse geleerde en gewichtige getuigen geven hun mening. De mechanische kracht is wel op het voertuig aanwezig maar de krachtbron niet.

De motor en daarmee de beweegkracht is op het voertuig aanwezig.

Elektriciteit kan voor vele zaken worden gebruikt maar pas in de trolleybus wordt het tot middel van voortbeweging. De Wegenbelasting is ingevoerd voor het gebruik van de weg, trams zijn niet belastingplichtig want die rijden op hun eigen rails. Verzoeken om trolleybussen vrij te stellen zijn niet gehonoreerd, zonder opgave van redenen. De trolleybus rijdt niet langs spoorstaven en voert een autonummer. Als een trolleybus geen motor had, reed ze helemaal niet. De trolleybus rijdt over een route die door de gemeente wordt onderhouden: er moeten rijdraden hangen. De trolleybus rijdt niet enkel over wegen van de gemeente Groningen maar ook kleine stukjes over provinciale wegen en bruggen. De gemeente had invoerrechten betaald als voor een wegvoertuig, niet voor een railvoertuig. Daartegen had de Gemeente met succes geprotesteerd. De trolleybus moet een vaste baan houden.

 

Is een trolleybus een tram zonder rails of een autobus aan twee draden? Trams, getrokken door een tractor, worden ook gelijkgesteld met een tram en daarvoor is ook geen Wegenbelasting verschuldigd.

 

De rechter beslist. In november 1930. Ir. Schmidt wordt vrijgesproken. Voor trolleybussen hoeft geen wegenbelasting te worden betaald.

Vreemd genoeg wordt, ondanks deze duidelijke uitspraak van de rechter, op 29 september 1931 opnieuw een trolleybusbestuurder aangehouden en voor de rechtbank gedaagd wegens het niet kunnen tonen van een Wegenbelastingkaart. Een boete van f 5,00 werd geëist. Deze toch echt onschuldige bestuurder werd in mei 1932 vrijgesproken.

 

Dit arrest heeft lange tijd gevolgen gehad. Immers. een trolleybus was geen auto meer in de betekenis van de wet. In Groningen zien we dan dat de trolleys voor op het voertuig geen provinciale nummers meer dragen. In ieder geval na enige jaren wel weer achter op het voertuig. Ik vermoed dat zulks werd gedaan om verzekeringsredenen.

 

Maar ook had, heel formeel gesteld, een trolleybus bijvoorbeeld geen recht op voorrang. Het was geen auto, maar ook geen tram. Daardoor was het mogelijk dat in Arnhem en Nijmegen na de oorlog trolleys in dienst werden gesteld die langer waren dan op dat moment voor autobussen was toegestaan. Ook mocht lange tijd in het achterste deel van de Arnhemse trolleybussen worden gerookt. Na de invoering van de nationale kentekens, in de jaren vijftig, werden trolleybussen wel kentekenplichtig. Die trolleybussen reden dan ook met ZZ-kentekens, voor voertuigen die niet voldeden aan de maximale maten of gewichten. Pas vele jaren na de oorlog is de trolleybus formeel gelijkgesteld met gewone wielvoertuigen.

 

De trolleybussen hebben tot 1965 in Groningen gereden. Alleen in Arnhem rijden tegenwoordig nog trolleybussen.

 

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het NBM Informatiebulletin nr. 106 van december 2008.

 

Limburgsch Dagblad 5-1-1940

Nationaal Bus Museum

Produktieweg 13

9601 MA Hoogezand