Bus in beeld

De witkar

In de jaren zeventig kon je voor een dubbeltje per minuut door onze hoofdstad rijden in een uitstootvrije Witkar – de eerste elektrische deelauto ter wereld. Het concept van de deelauto is vandaag de dag behoorlijk ingeburgerd, maar kwam toen maar moeilijk van de grond. De Witkar is een tweepersoons driewielig elektrisch voertuig, dat ontworpen was door de Amsterdamse provo Luud Schimmelpennink. Dit voertuig was bedoeld als collectief vervoermiddel in de Amsterdamse binnenstad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Initiatief Witkar

Schimmelpennink werd in 1967 lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Hij stelde toen voor in Amsterdam tweeduizend collectieve fietsen beschikbaar te stellen om het autoverkeer en de daarmee gepaard gaande luchtverontreiniging terug te dringen. Bovendien zou dit een oplossing zijn voor de steeds groter wordende  parkeerproblemen. Nadat dit witte fietsenplan was afgewezen kwam Schimmelpennink met het Witkarplan, waarin een door hem ontwikkeld collectief motorvoertuig centraal stond.

 

Uitvoering

De Witkar of "Elektriese Munt-Oto" was een cilindervormig voertuig op drie wielen, dat werd aangedreven door een 24 volt elektromotor van 2000 watt. De eerste modellen werden gefabriceerd door transportmiddelenfabrikant Cock N.V. en hadden mini-wieltjes, waardoor gebruikers vreesden dat het voertuig zou kapseizen. Latere modellen kwamen van fabrikant Spijkstaal met grote 12-inch wielen en schokdempers. Het leeggewicht bedroeg 452 kilogram en met een beetje geluk haalde je de topsnelheid van 30 kilometer per uur. De actieradius op een volle acculading was 15 kilometer.

 

Vereniging

Wie een Witkar wilde gebruiken, moest lid worden van de Coöperatieve Vereniging Witkar. Deze vereniging exploiteerde twee witkarren en een laadstation. Een levenslang lidmaatschap kostte 25 gulden; voor de sleutel moest jaarlijks 20 gulden worden betaald en de ritprijs bedroeg een dubbeltje per minuut. Het eerste Witkar station werd op 24 mei 1968 geopend. Vanaf dat jaar was het systeem in gebruik met 25 voertuigen en vier, later vijf, stations.

Een rit diende ook weer op zo'n station te eindigen, waarna de accu's van de Witkar binnen zeven minuten konden worden opgeladen. Op termijn zou de betaling worden gewijzigd naar een geautomatiseerd systeem via de sleutel (magnetisch). Op het station werd de sleutel gelezen: een Witkar toegewezen en op moment van het verlaten van het station de tijd geregistreerd. Bij inrijden op het station van bestemming werd weer de tijd geregistreerd waarna de gebruiksduur vastlag.

 

Een flop

In 1986 besloot de vereniging zichzelf op te heffen omdat de doelstelling - 25 stations en 125 voertuigen - niet kon worden gehaald. De initiatiefnemers weten het gebrek aan succes voornamelijk aan tegenwerking van de gemeente Amsterdam, die moeilijk zou doen over vergunningen. Drie dagen na de opheffing van de vereniging werden de witkarren van de straat gehaald. In 1988 werd het project definitief opgeheven. Van de witkar zijn in totaal 38 exemplaren gebouwd.

 

Heden ten dage beschikken enkele musea en particulieren nog over een exemplaar, waaronder het Amsterdams Historisch Museum en het Nationaal Bus Museum in Hoogezand.

Ingebruikstelling van het eerste officiële Witkar-station door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, mevr. Irene Vorrink.

Witkar (laad)station aan het Amstelveld in Amsterdam

Regelmatig zetten we op deze plaats een bijzondere of belangwekkende bus in de schijn-werpers, waarbij we het begrip 'bus' soms wat ruim nemen, zoals in dit geval.

Nationaal Bus Museum

Produktieweg 13

9601 MA Hoogezand